NL | DE | EL

Vijftien augustus op de berg

Weer naar Griekenland. Omdat het me goed doet, omdat ik me er thuis voel. Ik ben hier bijna elke maand. Nieuw is het dus niet.

En toch is er dat ene moment, elke keer opnieuw. De deuren van het vliegtuig gaan open, ik zet mijn voet op de trap, en daar is hij. De warme wind die me omarmt. Dezelfde die ik al eerder in mijn verhalen beschreef.


Donderdag kwam ik aan. Naar mijn appartement in Thessaloniki, waar ik me meteen thuis voel. Het werd een korte nacht. Maar ik sliep goed.

Deze keer heb ik geen auto gehuurd. Dus met de bus naar Volos. Eerst met de metro naar het centraal station, vandaar met een taxi naar het busstation. Ik was op tijd. Alles klopte. Mijn ticket had ik online al gekocht.

En elke keer verbaas ik me weer. Hoe geautomatiseerd alles is. Hoe soepel het werkt. Vroeger dacht ik dat Griekenland wat achterliep met techniek. Dat hebben de Grieken flink ingehaald. Soms denk ik dat wij in Nederland hier nog iets van kunnen leren.

Ik ben onderweg naar Pilion. Daar wacht Angeliki. Een vriendin die ik twee jaar geleden in Nederland leerde kennen.

Ze had toen een oproep geplaatst in een Facebookgroep. Ze vroeg om hulp: tips voor mensen die van Griekenland naar Nederland waren verhuisd. Ik zat ook in die groep, zag haar bericht en reageerde. We spraken af. Ik hielp waar ik kon. En zo ontstond een vriendschap.

Zo gaat het vaker. Het zijn juist de onverwachte ontmoetingen die je leven rijker maken. Deze ook.

Haar man Vasilis leerde ik toen samen met haar kennen. Hij woonde toen al in Nederland, zij kwam een jaar later. Inmiddels wonen ze bij mij in de buurt en hebben we meer contact dan in het begin.

Vijftien augustus is in Griekenland geen gewone dag. Het is het paasfeest van de zomer. De grote steden lopen leeg, iedereen plant zijn vakantie rond deze datum. Een groot orthodox feest ook. We vieren Maria, de moeder Gods, en alle namen die daarbij horen. Panagiota, Despina, en natuurlijk ook alle mannelijke vormen.

Daarom breng ik vijftien augustus bij haar door. Samen met haar en haar familie, in Pilion, vlak bij Volos.

Ik kwam aan met de bus. Eerst ging ik aan de haven in een café zitten, wachtend op mijn gastheer en gastvrouw, die me met de auto zouden ophalen. De koffie smaakte goed. Zoals een freddo cappuccino nu eenmaal smaakt. Verfrissend en Grieks.

Het ophalen verliep chaotisch. Maar dat was nog niets vergeleken bij het vervoermiddel zelf.

Ik stond te wachten bij een stoplicht, aan een drukke straat. Daar haalden ze me op. Niet geparkeerd, gewoon bij het stoplicht. Ik deed snel de deur open en wilde mijn reistas erin gooien. Maar ik werd een beetje stil toen ik de auto zag. Niet alleen stoffig. Hij leek me aan het verval overgeleverd.

Ik stapte snel in en wilde de deur dichtdoen. Dat ging niet zomaar. Er zat geen handvat aan. Ook het hendeltje waarmee je de deur opent, oogde nogal twijfelachtig. Met moeite gaf ik de deur genoeg vaart, zodat hij in het slot viel. We reden toen al.

Het verkeer in Volos is minder geduldig dan in Thessaloniki, zo leek het me. Overal werd getoeterd. Ik was blij dat ik in de auto zat. Maar ik durfde niets aan te raken.

Angeliki vertelde dat we eerst naar een slager moesten. In de kofferbak lag een geslachte geit, en die moest in stukken gehakt worden. Dat kan natuurlijk alleen een echte slager.

Angeliki had zich in haar hoofd gezet dat er voor dit zomerfeest met de familie geitenvlees op tafel moest komen. Ze had het besteld via een kennis, langs allerlei omwegen. Vasilis en zij hadden er die dag bijna 200 kilometer voor gereden. Richting Larissa en weer terug, alleen om de geit in Afetes te krijgen.

Verwacht werd een geit van zo’n negen kilo. Het werd er een van zestien. Veel te veel. Vandaar dat hij verdeeld moest worden. Het idee dat we zo veel rauw vlees in de kofferbak hadden liggen, was op zijn zachtst gezegd vreemd.

Na een goede twintig minuten waren we bij de slager, die de geit in stukken sneed, zoals afgesproken. Toen ging de rit verder. Eerst naar de bakker, en daarna richting Afetes.


De weg naar het dorp was prachtig. Bochtig, de berg op. Het uitzicht was wondermooi. Maar dat uitzicht kun je niet vastleggen op een foto. Ik kan het ook moeilijk beschrijven. Je moet het gewoon gezien hebben. De geuren opsnuiven, de mooie kleuren zien. Het laat zich niet op papier vangen. Ik kan het iedereen alleen maar aanraden.

Het dorp zelf is klein, en buiten de kern liggen de huizen redelijk verspreid. Afetes telt maar 220 vaste inwoners. De huizen zijn ouderwets gebouwd. Dikke, massieve muren. In de zomer houden ze de hitte buiten, in de winter de warmte binnen. Daarom ook de kleine ramen.


Eenmaal in het dorp werd ik begroet door vrienden. Alinda en Vangelis.

Alinda had ik al in Nederland leren kennen, toen ze onze gemeenschappelijke vriendin Angeliki daar bezocht. Als ik gastvrijheid een naam zou geven, koos ik op dat moment Alinda. Ze had me in Nederland al meerdere keren uitgenodigd. En dat was geen uitnodiging uit plichtsgevoel. Ze meende het. Oprecht, van harte. Ook al had ik haar daarvoor maar één keer gezien.

Vangelis ontmoette ik hier voor het eerst. De rust zelf. In hun paradosiako spiti, hun traditionele huis, met een groot terras en een droomuitzicht op zee, zat hij achter zijn laptop. Hij zorgde voor de muziek. Toen ik binnenkwam, stonden de eighties op het programma.

Ik nam plaats op de veranda en probeerde Alinda ervan te overtuigen dat een glas koud water echt genoeg was. Ik denk dat ze inmiddels alle drinkbare opties had genoemd en aangeboden. In een land waar je gastvrijheid uitdrukt met eten en drinken, is het best lastig om iets af te slaan zonder onbeleefd over te komen. Gelukkig had ik Angeliki nog, die mijn bescheiden wens verdedigde.

De geit werd verdeeld op een grote bakplaat die we bij de bakker hadden opgehaald. Ja, de bakker. Want die zou onze geit tot feestmaal bereiden.

Grote stukken vlees, zoals een halve geit, worden hier nog altijd naar de bakker gebracht. Kant en klaar gekruid, om in zijn grote oven te schuiven. Dus loop je hier een keer langs de bakker en komt er iemand naar buiten met een halve geroosterde geit, dan klopt dat gewoon.

De dames begonnen druk aan de voorbereidingen voor de volgende dag. Ik genoot als gast van de rust en het uitzicht. Ik was te gast, dus geen taken voor mij.

Maar er moest die dag natuurlijk ook nog gegeten worden. Niets bijzonders. Kliekjes, wat over was van gisteren. Alleen had ik één kleine fout gemaakt. Ik had verteld dat ik niet gek ben op vlees en dat ik inktvis lekker vind. Tussendoor werd nog even gevraagd of ik van fava houd. Dat is zeker het geval. En voor ik het wist stonden er borden op tafel waarmee je het halve dorp had kunnen voeden.

Maar liefst tien verschillende gerechten. Slechts twee met vlees. De Griekse keuken is nu eenmaal rijk aan vegetarische gerechten, vanuit zichzelf. Je hoeft niet eens te melden dat je geen vlees eet. De traditionele keuken heeft zoveel lekkers dat aan bomen groeit of uit de aarde komt. Zelfs ik sta er elke keer weer van te kijken.

De dag eindigde met een late duik in zee en cocktails aan het water.


Op dag twee waren de eerste gasten al gearriveerd en breidde de chaos zich langzaam uit. Plannen werden gemaakt en ter plekke weer verworpen. Zullen we dit, of toch maar niet.

Zoals gebruikelijk bij zulke luidruchtige familiefeesten kun je je als buitenstaander het beste in een hoekje zetten en observeren. Dat deed ik dan ook.

De halve geit kreeg gezelschap van nog meer vlees op de barbecue. Hadden de inwoners van Afetes de dag ervoor niet genoeg gegeten, vandaag kwamen ze zeker niets tekort.

Waar ik de dag ervoor nog dacht dat een gemiddelde Griekse maaltijd voor tachtig procent uit vegetarische gerechten bestond, moest ik die gedachte vandaag bijstellen. Op een paar bijgerechten, salade en brood na was het een festijn voor carnivoren.

De afsluiter had een verjaardagstaart moeten zijn, voor de bijna jarige Angeliki. Alleen was iemand vergeten te vermelden dat het geen gewone taart was, maar een ijstaart. Met als gevolg dat je hem alleen nog lepelend of met een rietje naar binnen kreeg.


Al met al een zeer geslaagd familiefeest. Met, laten we eerlijk zijn, geweldige gastgevers en geweldig eten.

Ook hier kun je een lekker stuk vlees bij de slager of in de supermarkt kopen. Maar bij bijzondere gelegenheden is daar geen denken aan. En wil je je stukje vlees een upgrade geven? In geen enkele koelkast heb ik barbecuesaus, ketchup of mayonaise gezien. Je plukt een paar citroenen van de boom, en dat is het.

Biologisch vlees of groenten. De term is hier niet nodig. Het is vanzelfsprekend.

Ik weet niet hoe lang deze dorpen en deze manier van genieten nog blijven bestaan. Ook hier veranderen de dingen. Maar één ding weet ik zeker. Als ik word uitgenodigd, ben ik er weer bij.

Reacties

  1. Astrid avatar

    Wat een ervaring! Geniet!

  2. Thea avatar

    Wat een heerlijk verhaal weer vanuit je geliefde Griekenland.
    Leuk dat is ik bij je Greikse vrienden uit Nederland,wéét wie je bedoeld. Heel veel vakantie plezier nog en lieve groetjes uit het eindelijk niet warme Breda!

  3. Patricia van der Monde avatar

    Heerlijk weer om te lezen , zou graag over je schouders mee willen genieten. Veel plezier ☀️😘

Geef een reactie

Ontdek meer van meltemiverhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder